Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘zwerver’

De dodenherdenking op de Dam heeft de gemoederen flink verhit. Een verwarde man – bijnaam: ‘De Rabbijn’ – zou de veroorzaker zijn van het tumult waarbij zo’n zestig slachtoffers vielen. Wordt er nu wederom een jood vervolgd of is er hier sprake van een ariër (‘een blanke niet-Jood’ zoals dat heet in het Groene Boekje) in vermomming? En wie was die vent met die bom? Een reconstructie.

Luidruchtig zuigt de Babbelaar zijn zesde halve liter Brouwmeester-bier weg, zittend op de kade van de Oudezijds. De lente wil maar niet inzetten en het is nog steeds koud. Niet dat hij een groot probleem heeft met de kou. Hij heeft de afgelopen winter talloze nachten onder nul doorstaan. Bovendien heeft hij zich dik aangekleed. Met al die kleding heeft hij iets van een Chassidische jood terwijl hij helemaal niet joods is. Hij kan zich wel vinden in het jodendom. Hij voelt zich ook continu achternagezeten, vervolgd. Gelukkig heb ik nog een joint, denkt hij. Dan ben ik straks lekker rozig tijdens de zonsondergang aan de Amstel. Hij doet een krachteloze poging om het lege bierblikje in zijn hand te verfrommelen en laat een natte boer waarvan de helft blijft hangen in zijn toch al groezelige baard. “Godverdomme”, prevelt hij, “wat is het leven toch mooi.” Zijn hand gaat op zoek naar de aansteker die hij ergens in een zak moet hebben gestopt. Met een beweging die getuigt van een hoge mate van automatisme plant hij de joint tussen zijn lippen en steekt hem aan. Nerveus trekt hij de rook naar binnen. Hij voelt nog even niks. Hij neemt nog een trekje, en nog een. Naast hem gaat een toerist staan pissen in de gracht. Alsof hij er niet is.

Op een gegeven moment voelt hij geen rook meer en ruikt alleen de geur van verbrand papier. “Opperdepop!”, schreeuwt hij ineens, ook voor hemzelf geheel onverwacht. Even denkt hij aan Kees, één van de zwervers die hij wel eens tegenkomt bij het Leger des Heils. Die heeft een of andere tic. Begint-ie zomaar rare dingen te roepen, zonder aanleiding. Laatst kwam-ie binnenlopen en schreeuwde keihard “Sieg Heil!” terwijl hij de Hitlergroet bracht. Zou hij zelf ook zoiets hebben? Een wolk van roodkleurige gedachten drijft even door zijn hoofd. Nee, hij is niet gek, niet zoals Kees. De wereld is gek. En Kees is ook van de wereld. Hij grinnikt bij die associatie. Ik ben geniaal, denkt hij bij zichzelf. Het komt er alleen nog niet uit, maar er is nog tijd. De Babbelaar leunt achterover. Het voelt alsof hij in een zachte bioscoopstoel zit. Alsof het leven zich afspeelt op een afstand. Lekker.

Hij staat op en loopt richting de Dam. Als hij niet al te lang blijft hangen dan haalt hij zonsondergang makkelijk. Eerst naar het Spui via de Kalverstraat – misschien nog even aanwippen in de Handboogstraat voor een nieuw jointje en kijken of er een biertje te regelen valt bij De Zwart. Daar zitten altijd van die vage figuren die hem wel eens een muze genoemd hebben; die zeggen dat ze hem inspirerend in het leven vinden staan. Een warme plek. “Hee!”, roept een fietser die hem ternauwernood weet te ontwijken terwijl hij met een rotvaart voorbijzeilt. “Zwerflul!”, roept hij achterom. De Babbelaar is het gewend om onheus bejegend te worden. Hij gromt een keer en schiet een rochel achter de fietser aan. Terwijl hij zijn tocht voortzet voelt hij ineens iets trillen bij zijn heup. Uit zijn rechterjaszak graait hij een mobieltje tevoorschijn. Ja, hij moet het de mensen vaak uitleggen: ook daklozen hebben een mobiel tegenwoordig. Wat wil je, zonder vaste aansluiting? Het is Arie, die lul moest hij nog hebben. Hij krijgt nog tien euro van hem. “Hee Arie!” Hij loopt de Dam op, er staat een mensenmassa in stilte voor zich uit te kijken. Hij wurmt zich tussen de mensen door en wordt boos aangekeken. “Wat nou fiets, je hebt toch helemaal geen fiets?”, vervolgt hij zijn gesprek. Arie altijd met zijn verhalen. Wat doen al die mensen hier toch? “Arie, even iets heel anders. Hoe zit het met dat geld, die tien euro. Tien euro! Ik krijg nog tien euro van je!”

Prompt wordt de verbinding verbroken. Terwijl hij naar zijn mobieltje staart, tikt iemand hem op de schouder. “Sst”, hoort hij achter zich. De Babbelaar verandert in de brulboei. Als hij ergens niet tegen kan, dan zijn het wel mensen die zeggen dat hij stil moet zijn. Hij begint hard te schreeuwen. Het komt uit zijn tenen. Een gevoel van bevrijding maakt zich van hem meester. Dan ziet hij ineens gekke Keessie staan, links van hem. Keessie geeft hem een knipoog en begint ook te schreeuwen: “Bom! Bom! Vlucht!” De Babbelaar snapt er niets meer van. Om hem heen gaat er een golf van paniek door de menigte. Mensen beginnen te rennen, ze duwen elkaar omver om weg te komen. Hij wordt tegen de grond gesmeten. Als hij weer overeind probeert te komen wordt hij ineens vanachter vastgegrepen door twee mannen en achteruit weggesleept. Hij hoort gillende mensen en het geluid van omvallende dranghekken. Gekke Keessie ziet hij nergens meer. Wat een dag, denkt hij bij zichzelf. Hij verbaast zich over het feit dat hij geniet van de ongewilde aandacht. Er staan nu wel vijf agenten om hem heen die hem tegen de grond drukken. Even heeft hij het gevoel dat hij in de schijnwerpers staat. Het effect van de joint lijkt uitgewerkt. Zal ik het nog halen naar de Dampkring, vraagt hij zich af. Er stonden mooie dingen te gebeuren.

Advertenties

Read Full Post »