Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘verwarde man’

Ja, jongens en meisjes, het zit er weer op. Wat gezegd moest worden is gezegd. De blogtandem van de verwarde man en da flipside is tot stilstand gekomen. We kunnen terugkijken op een geslaagd project. We schopten Balkenende mank, gaven Wilders een koekje van eigen deeg en stelden en passant de copy & paste cultuur aan de kaak. Gevolg is wel dat we straks waarschijnlijk zitten opgescheept met een VVD-premier, maarja, je kunt niet alles hebben. Rutte is the best of the worst, zullen we maar zeggen.
 
Ik laat jullie alleen met een verhaal dat ik ooit schreef onder het pseudoniem Tulsi Das. Het verhaal is zo’n tien jaar oud, maar nog steeds actueel. Het zet het spel met identiteiten in een nieuw perspectief. Kort gezegd: het gaat niet om de poppetjes, maar om de verhalen die ze vertellen. Veel plezier ermee.
 
Tot het volgende verhaal,

Philip 

De schrijver en zijn werk: een dialoog

“Ik heb aanleg voor de mythologie”, zei Marek van der Jagt. Hij sprak het bedachtzaam uit, alsof hij zich iets herinnerde.
“Dat is een mooi understatement, Marek”, antwoordde de schrijver glimlachend.
“Hoe bedoelt u?”
“Je hebt er niet alleen aanleg voor, je bent er zelfs deel van. Toen je zei dat men het verhaal los moet zien van de schrijver, had je het niet alleen over dat wat de schrijver schrijft. Je doelde ook op het geheel van verhalen dat om de schrijver heen hangt, geschreven of niet. Dat bedoelde ik tenminste. Jij bent deel van dat geheel, Marek. Jij bent deel van de mythe.”
 
“Ik ben veel meer dan dat”, riep Marek uit, ineens een stuk minder bedachtzaam. “Ik ben van mening dat de schrijver, of welk individu dan ook, niets meer is dan de verhalen die om hem heen hangen. Hij onttrekt zijn identiteit aan die verhalen. Zijn identiteit is uit die verhalen opgebouwd. Ik wil zelfs beweren dat het individu helemaal niet bestaat! Het individu is een illusie. Daar waar wij een individu waarnemen, is slechts sprake van een bepaalde concentratie van verhalen, een punt waar verhalen met een zekere gemeenschappelijkheid omheen draaien. Het gevolg daarvan is dat u niet realistischer bent dan ik. U maakt net zo goed deel uit van mijn mythe als ik van die van u! Ik heb mijn eigen verhalen en daarom een eigen bestaansrecht!
 
De schrijver glimlachte weer. Van der Jagt deed hem denken aan de tijd dat hij zelf nog jong was en zo veel woorden nodig had om iets duidelijk te maken. “Bravo, Marek”, riep hij. “Je hebt zojuist gerechtvaardigd dat ik nog steeds volhoud dat jij en ik niet dezelfde persoon zijn. Ik ben net zo min Marek van der Jagt als dat ik Robert G. Mehlman ben. Mijn dank daarvoor.”
 
“En dat is ook de reden waarom de nadruk zo op het verhaal moest worden gelegd”, ging Marek verder met een bezeten blik in zijn ogen. “Je wist dat de uitspraak ‘Het gaat niet om de schrijver, maar om zijn werk’ een, op het eerste gezicht, averechts effect zou hebben: nog nooit is er rond een literatuurprijs zo veel aandacht besteed aan de schrijver en zo weinig aandacht aan zijn boek. Als je het vanuit het verhaal in bredere zin bekijkt, zie je echter dat die uitspraak niet alleen een ideaalbeeld weergeeft, maar tevens bijdraagt aan de verwezenlijking van dat ideaal. Want het ‘werk’ omspant niet slechts het boek, maar de gehele invloedssfeer van verhalen die ermee te maken hebben. Je hebt Nederland voor je karretje gespannen. De mythe heeft zichzelf geschreven!”
 
“Je moet ze uitzuigen, Marek”, zei de schrijver tevreden. “Uitzuigen en doodmaken, want dat is belangrijk.” Dat laatste ging echter verloren in een rumoer van stemmen dat om hen heen was opgezwollen. De schrijver legde zijn pen naast zich neer en liet het gebeuren.

Advertenties

Read Full Post »

Dit opiniestuk stond een aantal dagen op Villamedia.nl. Het werd verwijderd omdat er twijfels waren over mijn identiteit. 

Journalisten moeten blijven checken

De ‘oude media’ hebben het zwaar. Ze moeten moderniseren, terwijl ze eigenlijk ook moeten bezuinigen. Als reactie gaan ze beknibbelen op datgene waar ze juist goed in zijn: journalistiek. Daardoor dreigt de meerwaarde van de oude media te verdwijnen.
 
Eind maart plaatste ik op mijn weblog De verwarde man een bericht over Geert Wilders. Ik schreef dat hij vroeger op school ‘de neger van Venlo‘ werd genoemd. Hoewel ik het bericht volledig uit mijn duim had gezogen, namen veel websites het over. Zelfs professionele media brachten het ‘nieuws’ zonder het eerst te checken. En ik had het ze nog wel makkelijk gemaakt: in het bericht noemde ik de scholen waar Wilders daadwerkelijk op had gezeten. Een belletje naar een van de scholen was voldoende geweest. Maar feiten checken is uit. Een bericht nabellen kost alleen maar tijd. En tijd kost geld, iets wat weinig media nog hebben. Ze moeten concurreren met bloggende scholieren die zonder winstoogmerk nieuws vergaren en verspreiden.

Vertel je eigen verhaal

En daar gaat het fout. Professionele media hoeven helemaal niet te concurreren met amateurbloggers. Vroeger hoefden kranten ook niet te wedijveren met Henk en Ingrid die elkaar de sterkste verhalen vertelden in de buurtkroeg. In het café hoorde je geruchten, in de krant las je hoe het werkelijk zat. Zo duidelijk was het. En zo duidelijk kan het ook nu nog zijn als de media zich niet spiegelen aan de bloggende massa. Natuurlijk lees je wel eens nieuwswaardige berichten op een blog, maar neem die dan niet klakkeloos over. Gebruik ze als input voor je eigen verhaal. En belangrijker: zorg ervoor dat de feiten die je presenteert zijn bevestigd door verschillende betrouwbare bronnen.

Meningenmoe

Momenteel is de journalistiek steeds meer aan het vervloeien met de blogosfeer. Volgens recent onderzoek zien steeds meer bloggers zichzelf als journalist. En steeds meer journalisten gaan bloggen of twitteren. Het gevolg is dat nieuws steeds minder nieuws wordt en steeds meer mening. En daar hebben we nu juist geen gebrek aan. Iedereen heeft een mening en in veel gevallen lijkt die mening sterk op die van een ander. Ik voorspel daarom dat de lezer meningenmoe gaat worden. Dat grote interactieve massagesprek via blogs, comments en twitter is nu nog wel leuk. Maar uiteindelijk wil de lezer weten hoe het zit. En dan kun je als ‘oud medium’ het verschil maken.

Nog niet te laat

Het is nog niet te laat om de ingeslagen weg om te buigen. De statistieken van mijn weblog De verwarde man piekten pas echt toen het bericht over de neger van Venlo werd overgenomen door AD.nl. Als het op de website van een landelijke krant staat moet het wel waar zijn, moeten veel lezers hebben gedacht. Binnen enkele uren werd er namelijk vanaf een groot aantal sites naar mijn blog verwezen. Inmiddels staat de teller voor ‘de neger van venlo’ op ruim 3000 hits in Google. Lezers hechten dus nog wel meer waarde aan nieuws dat wordt gebracht door een gerenommeerd medium. Dat vertrouwen zal echter snel afnemen als professionele media meegaan in de copy & paste cultuur van de blogosfeer. Dan is de website van een landelijke krant niet meer te onderscheiden van een amateurblog. Willen de ‘oude media’ blijven bestaan, dan moeten ze dus doen waar ze goed in zijn: nieuws maken en feiten checken. Laat die meningen maar over aan anderen.

Philip Stekelenburg

Read Full Post »

Onlangs werd ik geïnterviewd door Trajectum, het magazine van de Hogeschool Utrecht. In het interview had ik mijn coming-out als schrijver van het weblog De verwarde man. Hieronder het stuk dat ik als voorpublicatie op mijn site mocht plaatsen.

Verwarde man studeert op de SvJ

Uit: Trajectum

De neger van Venlo, kent u die uitdrukking? Eind maart werd bloggend en journalistiek Nederland wakkergeschud door het bericht dat Geert Wilders vroeger op school ‘de neger van Venlo’ werd genoemd. Het nieuws, dat afkomstig was van een weblog met de naam ‘De verwarde man’, verspreidde zich als een dolle over internet. Probleem was echter dat het niet waar bleek te zijn. De scoop werd geclaimd door kinderen van een basisschool uit Gouda, die het verhaal uit hun duim hadden gezogen. Maar ook dat bleek een verzinsel. Wie zat er dan wel achter het weblog De verwarde man? Soms hoef je niet verder te kijken dan je neus lang is. De verwarde man blijkt gewoon op onze eigen school te studeren. Hij is tweedejaars Journalistiek en luistert naar de nauwelijks tot de verbeelding sprekende naam Philip Stekelenburg. We ontmoeten Philip in faculteitscafé Stef’s.

Hectische tijd achter de rug?
“Dat valt wel mee. De neger van Venlo hypte zichzelf. Ik hoefde er weinig aan te doen.”

Waarom heb je ervoor gekozen jezelf bekend te maken?
“Ik kan geen geheimen bewaren. Veel mensen om me heen weten al dat ik de verwarde man ben. Het is slechts een kwestie van tijd dat iemand zijn mond voorbijpraat. Dan doe ik het liever zelf.”

Wat wilde je bereiken met De verwarde man?
“Ik begon ermee omdat ik me irriteerde aan de berichten over verwarde mannen in de media. Iemand die zich ongebruikelijk gedraagt, wordt direct weggezet als ‘verwarde man’. Ik wilde dat soort gemakzuchtige journalistiek blootleggen. Maar uiteindelijk groeide het weblog uit tot een soort pamflet tegen de copy & paste cultuur. Dat had ik niet voorzien.”

Is Geert Wilders verward?
“Dat weet ik niet. Het is in ieder geval een opmerkelijke figuur. Hij lijkt in een andere wereld te leven. Hij ziet dingen die ik niet zie. Ik wilde weten waar zijn denkbeelden vandaan komen. Zo ontstond de neger van Venlo.”

Had je verwacht dat het bericht zo veel stof zou doen opwaaien?
“Nee, tenminste niet op de manier waarop het nu gebeurde. Ik had verwacht dat mensen vraagtekens zouden zetten bij de zuiverheid van het denken van Wilders. Nu ging het vooral over de vraag of een halve Indonees wel een neger kan worden genoemd. Volslagen idioot natuurlijk.”

Hoe komt dat denk je?
“Misschien heeft het te maken met het oppervlakkige klimaat waarin we leven. Mensen denken niet meer zelfstandig na, ze laten zich te veel leiden door anderen. De journalistiek heeft daar ook last van. Een journalist moet iets toevoegen; zijn verhaal moet nieuwe feiten geven of bestaande feiten van een andere kant belichten. Dat gebeurt nu te weinig. Veel wordt klakkeloos overgenomen van persberichten of andere media. Het gevolg is dat in alle kranten hetzelfde staat.”

Is De verwarde man een journalistiek medium?
“Ja. Ik noem het zelf journalistieke fictie. Qua stijl zweeft het ergens tussen het werk van Truman Capote en Hunter Thompson in. Journalistieke fictie is zeer geschikt om mogelijke oorzaken, scenario’s en drijfveren te onderzoeken. Op De verwarde man deed ik dat vooral in de vorm van het nieuwsbericht. Op mijn nieuwe blog (da flipside, https://daflipside.wordpress.com – red.) gebruik ik ook het korte verhaal. Dat is eigenlijk de meest pure vorm van journalistieke fictie.”

De verwarde man is al een tijdje niet actief. Ga je het weblog nog nieuw leven inblazen?
“Natuurlijk blijft het onderwerp actueel. Denk alleen maar aan die schreeuwende vent op de Dam. Maar het weblog De verwarde man heeft gedaan wat het moest doen. Ik zou in herhaling vallen als ik ermee doorging. Ik schrijf nu nog een opiniestuk over de neger van Venlo voor Villamedia, maar daarna is het voorbij. Dan ga ik me volledig richten op da flipside. Op mijn nieuwe blog pak ik het wat breder aan. Ook anderen kunnen hun ideeën erop kwijt.”

Heb je eigenlijk nog wel tijd voor je studie?
“Ja, dat gaat prima samen. Ik leer hier dingen die ik direct kan toepassen op mijn blog. En omgekeerd natuurlijk. Gelukkig ben ik niet de enige die zich inzet voor betere journalistiek. Er is dus nog hoop.”

Zie ook
Mijn opiniestuk op Villamedia

Update: mijn opiniestuk is van Villamedia gehaald wegens een identiteitscrisis. Lees het hier op da flipside.

Read Full Post »

De dodenherdenking op de Dam heeft de gemoederen flink verhit. Een verwarde man – bijnaam: ‘De Rabbijn’ – zou de veroorzaker zijn van het tumult waarbij zo’n zestig slachtoffers vielen. Wordt er nu wederom een jood vervolgd of is er hier sprake van een ariër (‘een blanke niet-Jood’ zoals dat heet in het Groene Boekje) in vermomming? En wie was die vent met die bom? Een reconstructie.

Luidruchtig zuigt de Babbelaar zijn zesde halve liter Brouwmeester-bier weg, zittend op de kade van de Oudezijds. De lente wil maar niet inzetten en het is nog steeds koud. Niet dat hij een groot probleem heeft met de kou. Hij heeft de afgelopen winter talloze nachten onder nul doorstaan. Bovendien heeft hij zich dik aangekleed. Met al die kleding heeft hij iets van een Chassidische jood terwijl hij helemaal niet joods is. Hij kan zich wel vinden in het jodendom. Hij voelt zich ook continu achternagezeten, vervolgd. Gelukkig heb ik nog een joint, denkt hij. Dan ben ik straks lekker rozig tijdens de zonsondergang aan de Amstel. Hij doet een krachteloze poging om het lege bierblikje in zijn hand te verfrommelen en laat een natte boer waarvan de helft blijft hangen in zijn toch al groezelige baard. “Godverdomme”, prevelt hij, “wat is het leven toch mooi.” Zijn hand gaat op zoek naar de aansteker die hij ergens in een zak moet hebben gestopt. Met een beweging die getuigt van een hoge mate van automatisme plant hij de joint tussen zijn lippen en steekt hem aan. Nerveus trekt hij de rook naar binnen. Hij voelt nog even niks. Hij neemt nog een trekje, en nog een. Naast hem gaat een toerist staan pissen in de gracht. Alsof hij er niet is.

Op een gegeven moment voelt hij geen rook meer en ruikt alleen de geur van verbrand papier. “Opperdepop!”, schreeuwt hij ineens, ook voor hemzelf geheel onverwacht. Even denkt hij aan Kees, één van de zwervers die hij wel eens tegenkomt bij het Leger des Heils. Die heeft een of andere tic. Begint-ie zomaar rare dingen te roepen, zonder aanleiding. Laatst kwam-ie binnenlopen en schreeuwde keihard “Sieg Heil!” terwijl hij de Hitlergroet bracht. Zou hij zelf ook zoiets hebben? Een wolk van roodkleurige gedachten drijft even door zijn hoofd. Nee, hij is niet gek, niet zoals Kees. De wereld is gek. En Kees is ook van de wereld. Hij grinnikt bij die associatie. Ik ben geniaal, denkt hij bij zichzelf. Het komt er alleen nog niet uit, maar er is nog tijd. De Babbelaar leunt achterover. Het voelt alsof hij in een zachte bioscoopstoel zit. Alsof het leven zich afspeelt op een afstand. Lekker.

Hij staat op en loopt richting de Dam. Als hij niet al te lang blijft hangen dan haalt hij zonsondergang makkelijk. Eerst naar het Spui via de Kalverstraat – misschien nog even aanwippen in de Handboogstraat voor een nieuw jointje en kijken of er een biertje te regelen valt bij De Zwart. Daar zitten altijd van die vage figuren die hem wel eens een muze genoemd hebben; die zeggen dat ze hem inspirerend in het leven vinden staan. Een warme plek. “Hee!”, roept een fietser die hem ternauwernood weet te ontwijken terwijl hij met een rotvaart voorbijzeilt. “Zwerflul!”, roept hij achterom. De Babbelaar is het gewend om onheus bejegend te worden. Hij gromt een keer en schiet een rochel achter de fietser aan. Terwijl hij zijn tocht voortzet voelt hij ineens iets trillen bij zijn heup. Uit zijn rechterjaszak graait hij een mobieltje tevoorschijn. Ja, hij moet het de mensen vaak uitleggen: ook daklozen hebben een mobiel tegenwoordig. Wat wil je, zonder vaste aansluiting? Het is Arie, die lul moest hij nog hebben. Hij krijgt nog tien euro van hem. “Hee Arie!” Hij loopt de Dam op, er staat een mensenmassa in stilte voor zich uit te kijken. Hij wurmt zich tussen de mensen door en wordt boos aangekeken. “Wat nou fiets, je hebt toch helemaal geen fiets?”, vervolgt hij zijn gesprek. Arie altijd met zijn verhalen. Wat doen al die mensen hier toch? “Arie, even iets heel anders. Hoe zit het met dat geld, die tien euro. Tien euro! Ik krijg nog tien euro van je!”

Prompt wordt de verbinding verbroken. Terwijl hij naar zijn mobieltje staart, tikt iemand hem op de schouder. “Sst”, hoort hij achter zich. De Babbelaar verandert in de brulboei. Als hij ergens niet tegen kan, dan zijn het wel mensen die zeggen dat hij stil moet zijn. Hij begint hard te schreeuwen. Het komt uit zijn tenen. Een gevoel van bevrijding maakt zich van hem meester. Dan ziet hij ineens gekke Keessie staan, links van hem. Keessie geeft hem een knipoog en begint ook te schreeuwen: “Bom! Bom! Vlucht!” De Babbelaar snapt er niets meer van. Om hem heen gaat er een golf van paniek door de menigte. Mensen beginnen te rennen, ze duwen elkaar omver om weg te komen. Hij wordt tegen de grond gesmeten. Als hij weer overeind probeert te komen wordt hij ineens vanachter vastgegrepen door twee mannen en achteruit weggesleept. Hij hoort gillende mensen en het geluid van omvallende dranghekken. Gekke Keessie ziet hij nergens meer. Wat een dag, denkt hij bij zichzelf. Hij verbaast zich over het feit dat hij geniet van de ongewilde aandacht. Er staan nu wel vijf agenten om hem heen die hem tegen de grond drukken. Even heeft hij het gevoel dat hij in de schijnwerpers staat. Het effect van de joint lijkt uitgewerkt. Zal ik het nog halen naar de Dampkring, vraagt hij zich af. Er stonden mooie dingen te gebeuren.

Read Full Post »