Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘oudkerk’

Rob Oudkerk liep door de stad met een portie bami. De woede die hij eerder die avond had gevoeld bij de opnames van De Wereld Draait Door was volledig weggevloeid. Op straat kwam hij tot rust. Hij vond het heerlijk om ’s avonds over de grachten te dwalen. Dit was zijn Amsterdam, de stad waar hij zo veel om gaf. Het deed hem dan ook pijn om te zien hoe Amsterdam de laatste jaren was afgegleden. Van de meest vooruitstrevende stad van Europa was het verworden tot een soort Staphorst. Op straat moest je op je woorden letten, de hoeren werden verjaagd van de wallen en homo’s werden in elkaar geslagen. En dan vonden mensen het gek dat hij burgemeester wilde worden. Moest hij dan toekijken hoe zijn stad naar de klote ging? Nee, hij moest redden wat er te redden viel. Amsterdam moest weer Amsterdam worden.

Oudkerk besloot dat het nog geen tijd was om naar huis te gaan. Bij een snackbar vroeg hij om plastic bestek en hij ging op een bankje zitten. Het was een mooie, zwoele avond. Eindelijk was de lente doorgebroken. Aan de overkant stond een meisje op de tram te wachten. Ze leunde nochalant tegen een paal en wiegde haar leren handtasje heen en weer. Ze droeg een korte spijkerrok en een knalgeel topje dat eigenlijk te klein was voor haar. Haar borsten bolden er bovenuit. Het deed hem denken aan de Theemsweg. Daar stonden de vrouwen ook bij een soort tramhaltes. Daaronder konden ze schuilen als het regende. Oudkerk was inmiddels helemaal met zichzelf in het reine over zijn verleden als hoerenloper. De mensen om hem heen helaas nog niet. Dat wil zeggen: de mensen in zijn directe omgeving wel, maar de moraalridders van het land niet. Columnisten, tv-presentatoren en zogenaamd onafhankelijke journalisten: hij had er een broertje dood aan. Nog steeds probeerden ze hem een schuldgevoel aan te praten. Hypocriete lafaards waren het.

Maar als hij burgemeester van Amsterdam wilde worden, moest hij ook die mediamannetjes aan zijn zijde hebben. Daarom hing hij tegenwoordig een verhaal op over een metamorfose. “Ik ben een ander mens geworden”, zei Oudkerk dan. Het kostte hem steeds weer moeite om dat op een geloofwaardige manier uit zijn strot te krijgen. Een ander mens? Klinkklare onzin. Je kunt misschien je leven anders inrichten, dingen niet meer doen, maar je blijft gewoon dezelfde. Hij had trouwens geen enkel probleem met wie hij was. Hij verkondigde nu wel dat het een duistere periode in zijn leven was, maar in werkelijkheid ging hij met zijn volle bewustzijn naar de Theemsweg. Hij was altijd al gefascineerd geweest door de zelfkant van het leven. Daarnaast vond hij dat een politicus moet weten wat er speelt in de samenleving. Natuurlijk was hij daarin niet de enige. Maar anders dan zijn collega’s voegde hij ook echt de daad bij het woord. Veel politici maakten zich er gemakkelijk vanaf door eens in het kwartaal een rondje door Slotervaart of de Haagse Schilderswijk te lopen. Het liefst met camera’s erbij, zodat iedereen kon zien dat zij zich ook interesseerden voor de lagere klassen. Maar zo zat Oudkerk niet in elkaar. Als hij zich ergens in wilde verdiepen, ging hij er helemaal voor. Dan ging hij niet iets vanaf een afstandje observeren. Nee, dan wilde hij het beleven. Hij was ervan overtuigd dat je alleen op die manier tot de kern kon doordringen.

Ja, misschien had hij zich wat te veel laten meeslepen door zijn avonturen op de Theemsweg. Misschien had hij de controle over zichzelf inderdaad wel verloren. Maar was dat erg? You play with matches, you get burned. Het is een illusie te denken dat je je kunt verdiepen in de onderkant van de samenleving zonder dat je erdoor wordt geraakt. Alleen mensen zonder hart kunnen dat. Mensen die om vijf uur uitklokken en hun werk dan achter zich kunnen laten. Oudkerk kon dat niet. Daarvoor had hij te veel passie voor zijn werk. Het socialisme stroomde door zijn aderen, zat in elke cel van zijn lichaam. Als hij het over een betere samenleving had, dan waren dat niet zomaar woorden. Hij verlangde er met heel zijn wezen naar. En hij ging tot het uiterste om dat doel te bereiken.

De tram kwam met veel gerinkel tot stilstand en het meisje stapte in. Oudkerk volgde haar tot ze ging zitten. Even leek ze naar hem te kijken. Hij glimlachte maar kreeg geen reactie. Toen zette de tram zich weer in beweging. Ja, hij had zijn excuses aangeboden, maar niet van harte. Het was een toneelstukje. Achteraf gezien was hij eigenlijk de Tiger Woods van de politiek. Je verontschuldigingen aanbieden om de zaak te sussen, terwijl je eigenlijk weet dat je niets verkeerd hebt gedaan. De wereld was gewoon nog niet klaar voor mannen als hij. Mannen die hun hart durven te volgen en geen schaamte kennen. Dat was jammer, maar hij moest ermee leren omgaan. Zeker als hij burgemeester van Amsterdam wilde worden. Hij voelde dat het mogelijk was. Woods had inmiddels ook een succesvolle rentree gemaakt. Waarom zou hij dat niet kunnen?

Wat vooraf ging
Oudkerk aan de Amstel (1)

Advertenties

Read Full Post »

Vermoeid leunde Rob Oudkerk tegen de gokautomaat bij de chinees. Zijn bestelling Kung Po Ngau met Chinese importbami werd in bijtend Mandarijn de keuken ingeschreeuwd. Er kwam verrassend veel geluid uit het kleine Chineesje dat zijn bestelling had opgenomen. Ze moest op haar tenen staan om de tapkraan te openen en hem zijn wachtkamerpilsje te tappen. Hij had een zware avond achter de rug en was blij dat zijn lokale chinees zo laat nog open was. Hij had behoefte aan proteïnen. Matthijs van Nieuwkerk had hem in de Plantage aangemoedigd om alvast maar de handdoek in de ring te gooien voor het burgemeesterschap. En hij had sterke argumenten. Kobaltblauwe argumenten die in schril contrast stonden met het bloedrode vermiljoen van zijn misstap. De kleur van de deugd versus de kleur van zijn zonde. De twee uiterste kleuren van de Nederlandse vlag.

Matthijs had een punt. Hoe kan iemand die dermate moreel in opspraak is geweest in hemelsnaam in aanmerking komen voor de hoogste positie in de hoofdstad? Hij was zich te buiten gegaan aan het leven in al zijn facetten. Hij had drank, drugs en vrouwen omarmd, in woord en daad. Er was gepoogd hem te chanteren, omdat iedereen weet welke kloof gaapt tussen de regels van de politiek en die van de lust. Bijna had hij het overleefd. Even leek het erop dat zijn straf beperkt bleef tot een reprimande van burgemeester Cohen. Tot zijn bezoeken aan de Theemsweg naar boven kwamen. Dodelijk was het geweest. Zijn fractie had hem laten vallen en hij kwam in de kou te staan.

Hij keek naar het enorme aquarium die de afhaalruimte scheidde van het restaurant. Even kwamen weer de geweldsfantasiën boven die hij destijds had gekoesterd jegens Job. Scheldend had hij hem in elkaar geslagen en in het enorme aquarium gedumpt. Job had bewusteloos rondgedobberd, met zijn gezicht naar beneden. Omzwermd door een kleurig palet aan vissen. Zijn vissenogen hadden de vissen aangestaard alsof ze wilden zeggen: dat komt er nou van als je fuckt met Rob Oudkerk. Maar intussen was zijn woede voorbij. Hij had redelijk snel ingezien hoe de politiek functioneert en het geaccepteerd. De politiek gedoogt de hoeren, maar de hoeren gedogen de politiek niet. De betekenis van deze dubbele moraal had hij aan den lijve ondervonden.

Na zijn val had zich een periode van ongekende spirituele groei bij hem aangediend. Hij was niet meer dezelfde Rob als toen. Dat had hij tegen Matthijs gezegd die hem met zijn bekende spottende blik door de wenkbrauwen had aangekeken. De woorden waren er wat aarzelend uitgekomen, maar ze waren gemeend. Hij wilde weer meedoen aan het spel. Hij had het gevoel nog lang niet klaar te zijn met de politiek. Hij wilde besturen in de stad die hij zo goed begreep. Wie zou dat beter kunnen dan hij? Hij was immers het vleesgeworden Amsterdam! Natuurlijk zag hij in dat zijn kans minimaal was, maar hij wist ook als geen ander hoe de wind kan draaien in de politiek.

“Éé keer Kung Po Ngau me bami”, riep het meisje achter de bar. “Sambalbij?” Hij had wel zin in iets heets en staarde even naar de tietjes van de serveerster. Ze waren zorgvuldig gecamoufleerd door haar onberispelijke, witte unisex blouse. Maar hij wist dat ze er waren. Afblijven, dacht hij bij zichzelf en nam met een knikje zijn bestelling aan. Hij stapte naar buiten en liep door de hoerenbuurt richting huis. Een zweem van weemoed overviel hem toen hij de vrouwen weer zag, badend in het rode licht. Een cafédeur zwaaide open en André Hazes kwam hem tegemoet. Afblijven, dacht hij weer. Hij vroeg zich af of ook Job hier ooit had gelopen. ’s Nachts op straat, op zoek, dronken, stoned, een eerlijk mens. Was hij ooit een tent uitgetrapt omdat hij vrouwen lastig viel en te dronken was om op zijn poten te staan? En had hij dan ruzie geschopt met de uitsmijter? Hem verbaal geschoffeerd terwijl zijn jasje gescheurd om zijn schouders hing?

Het was zijn pad geweest en het bleek uiteindelijk een eenzaam pad. Maar was de derde nationale kleur niet wit? De kleur van vergeving? Een diep inzicht over de werkelijke aard van de Nederlander trof hem. De Nederlander die zichzelf nog niet volledig heeft gerealiseerd en vecht om aan de oppervlakte te komen. Mijn tijd komt nog wel, mijmerde hij.

Het vervolg
Oudkerk aan de Amstel (2)

Read Full Post »