Feeds:
Berichten
Reacties

De man die zijn auto overneemt is zenuwachtig. Hij bijt iedere drie tellen op zijn lip en zijn hand trilt als hij de sleutels aanpakt van de met een 2.7 liter turbodieselmotor uitgeruste Audi A4 Avant S-line. Ze hadden op zijn verzoek afgesproken op een parkeerplaats bij het Nieuwe Meer in Amsterdam. De man is reaguurder van het eerste uur, vertrouwt hij Ambroos toe. Hij heeft geen bericht gemist, nooit. En hij heeft alle commentaren op alle artikelen gelezen. Er gaat niets aan hem voorbij. De man praat maar door, terwijl Ambroos zijn blik richt op de grijze wolken. Hij weet heel goed hoe hij kan doen alsof hij luistert, dat heeft hij de afgelopen jaren wel geleerd. Hij luistert, dat wel, maar naar zijn eigen gedachten…

Internetonderzoeksjournalist, zo noemde hij zich aan het begin van zijn carrière. Een nobel beroep. De onderzoeksjournalist was, meer dan wie ook, de waakhond van de democratie. En met de verplaatsing van het publieke domein van pleinen, zeepkisten en parlementen naar het wereldwijde web, was ook behoefte ontstaan aan een nieuw soort onderzoeksjournalistiek. Na een opleiding in Utrecht, die meer hoorde bij het verleden dan bij de toekomst, startte Ambroos (‘Broosje’ voor zijn vriendinnetje van weleer) als leerling-journalist bij een oude meester in het vak. Al snel had hij zich de fijne kneepjes van de onderzoeksjournalistiek eigen gemaakt. Zelf voegde hij daar nog wat moderne middelen aan toe, zoals de whois-functie van de domeinnaamregistratiedienst. Scoop na scoop volgde. Hij voelde dat hij klaar was voor het echte werk. Het was tijd voor vernieuwing.

Samen met zijn vriend Dominique zette hij Geenstijl.nl op, een site waarmee hij zijn ideeën over internetonderzoeksjournalistiek zonder voorbehoud ten uitvoer kon brengen. Het waren mooie dagen: hij haalde de juweeltjes van het web naar boven. De nieuwtjes die de kranten niet wisten te vinden of liever verzwegen omdat ze zo hun belangen hadden. Als Prof. Hoxha stelde hij paal en perk aan de waanzin van machthebbers. Hij bracht het echte nieuws, het soort waar de mensen daadwerkelijk nieuwsgierig naar zijn. Of in ieder geval zouden moeten zijn. Okay, zijn berichten werden misschien wat minder gelezen dan die van zijn collega’s, maar die schreven dan ook van die makkelijk scorende topics. Schandpaaljournalistiek noemde hij het wel eens. Het niveauverschil tussen hem en de rest van de redactie was te vergelijken met het onderscheid tussen de Telegraaf en de NRC: de eerste heeft meer lezers, maar de tweede heeft lezers die er echt toe doen.

Het echte probleem vormden de reaguurders. En helaas was dat een probleem dat steeds groter werd. Voor hen was Geenstijl.nl een lifestyle. Eentje van een niveau waar zelfs de Telegraaf zich nog voor zou schamen. De berichten van zijn collega’s kregen talloze reacties. Schreeuwerige, inhoudsloze reacties. Er werd ook wel wat gereageerd op de Prof. Hoxha-berichten, maar dan vooral op die waarvoor Ambroos zich stiekem een beetje schaamde. De wereld werd steeds platter, ontdekte hij, alsof Galileo Galilei nooit had bestaan. En die waakhond van de democratie die hij nieuw leven had willen inblazen, bleek een laffe pitbull van het soort dat peutermeisjes doormidden bijt. Geenstijl.nl had niets meer te maken met de grote ambities die hij eens koesterde. Toen de Telegraaf een bak geld bood om de site in te lijven, hoefde hij daarom niet lang na te denken. Hij ging direct overstag. Hij en Dominique moesten nog wel een tijdje in dienst blijven, maar daarna waren ze vrij om te gaan en staan waar ze wilden. Dominique had zijn exit sneller kunnen maken. Die dartelde nu al vrolijk rond in de televisiewereld. Maar ook Ambroos’ contractueel met de Telegraaf overeengekomen jaren waren inmiddels verstreken.

De reaguurder slaat het portier van de Audi dicht en rijdt weg. Eindelijk is Ambroos verlost van die proletenbak die hij alleen maar reed omdat dat van hem werd verwacht. Die sukkel had er zelfs een persoonlijke lening voor afgesloten! Dadelijk reist Ambroos met het Volkswagenbusje van zijn vader naar Zuid-Europa om nog onontdekte strandjes te verkennen, een beetje te frisbeeën en heel misschien zelfs op een surfboard te stappen. Hij zal weer jong zijn. Hij zal opnieuw de wereld ontdekken. Dat uitzichtloze sarcasme dat de onderbuik regeert, zal hij uit zijn leven bannen. Eindelijk! Hij lacht. Voor het eerst in zeven jaar lacht hij zo luid dat het schatert. Hij loopt naar een geparkeerde auto en vraagt de man achter het stuur of hij mag instappen. Hij heeft een lift nodig.

Advertenties

Onlangs werd ik geïnterviewd door Trajectum, het magazine van de Hogeschool Utrecht. In het interview had ik mijn coming-out als schrijver van het weblog De verwarde man. Hieronder het stuk dat ik als voorpublicatie op mijn site mocht plaatsen.

Verwarde man studeert op de SvJ

Uit: Trajectum

De neger van Venlo, kent u die uitdrukking? Eind maart werd bloggend en journalistiek Nederland wakkergeschud door het bericht dat Geert Wilders vroeger op school ‘de neger van Venlo’ werd genoemd. Het nieuws, dat afkomstig was van een weblog met de naam ‘De verwarde man’, verspreidde zich als een dolle over internet. Probleem was echter dat het niet waar bleek te zijn. De scoop werd geclaimd door kinderen van een basisschool uit Gouda, die het verhaal uit hun duim hadden gezogen. Maar ook dat bleek een verzinsel. Wie zat er dan wel achter het weblog De verwarde man? Soms hoef je niet verder te kijken dan je neus lang is. De verwarde man blijkt gewoon op onze eigen school te studeren. Hij is tweedejaars Journalistiek en luistert naar de nauwelijks tot de verbeelding sprekende naam Philip Stekelenburg. We ontmoeten Philip in faculteitscafé Stef’s.

Hectische tijd achter de rug?
“Dat valt wel mee. De neger van Venlo hypte zichzelf. Ik hoefde er weinig aan te doen.”

Waarom heb je ervoor gekozen jezelf bekend te maken?
“Ik kan geen geheimen bewaren. Veel mensen om me heen weten al dat ik de verwarde man ben. Het is slechts een kwestie van tijd dat iemand zijn mond voorbijpraat. Dan doe ik het liever zelf.”

Wat wilde je bereiken met De verwarde man?
“Ik begon ermee omdat ik me irriteerde aan de berichten over verwarde mannen in de media. Iemand die zich ongebruikelijk gedraagt, wordt direct weggezet als ‘verwarde man’. Ik wilde dat soort gemakzuchtige journalistiek blootleggen. Maar uiteindelijk groeide het weblog uit tot een soort pamflet tegen de copy & paste cultuur. Dat had ik niet voorzien.”

Is Geert Wilders verward?
“Dat weet ik niet. Het is in ieder geval een opmerkelijke figuur. Hij lijkt in een andere wereld te leven. Hij ziet dingen die ik niet zie. Ik wilde weten waar zijn denkbeelden vandaan komen. Zo ontstond de neger van Venlo.”

Had je verwacht dat het bericht zo veel stof zou doen opwaaien?
“Nee, tenminste niet op de manier waarop het nu gebeurde. Ik had verwacht dat mensen vraagtekens zouden zetten bij de zuiverheid van het denken van Wilders. Nu ging het vooral over de vraag of een halve Indonees wel een neger kan worden genoemd. Volslagen idioot natuurlijk.”

Hoe komt dat denk je?
“Misschien heeft het te maken met het oppervlakkige klimaat waarin we leven. Mensen denken niet meer zelfstandig na, ze laten zich te veel leiden door anderen. De journalistiek heeft daar ook last van. Een journalist moet iets toevoegen; zijn verhaal moet nieuwe feiten geven of bestaande feiten van een andere kant belichten. Dat gebeurt nu te weinig. Veel wordt klakkeloos overgenomen van persberichten of andere media. Het gevolg is dat in alle kranten hetzelfde staat.”

Is De verwarde man een journalistiek medium?
“Ja. Ik noem het zelf journalistieke fictie. Qua stijl zweeft het ergens tussen het werk van Truman Capote en Hunter Thompson in. Journalistieke fictie is zeer geschikt om mogelijke oorzaken, scenario’s en drijfveren te onderzoeken. Op De verwarde man deed ik dat vooral in de vorm van het nieuwsbericht. Op mijn nieuwe blog (da flipside, https://daflipside.wordpress.com – red.) gebruik ik ook het korte verhaal. Dat is eigenlijk de meest pure vorm van journalistieke fictie.”

De verwarde man is al een tijdje niet actief. Ga je het weblog nog nieuw leven inblazen?
“Natuurlijk blijft het onderwerp actueel. Denk alleen maar aan die schreeuwende vent op de Dam. Maar het weblog De verwarde man heeft gedaan wat het moest doen. Ik zou in herhaling vallen als ik ermee doorging. Ik schrijf nu nog een opiniestuk over de neger van Venlo voor Villamedia, maar daarna is het voorbij. Dan ga ik me volledig richten op da flipside. Op mijn nieuwe blog pak ik het wat breder aan. Ook anderen kunnen hun ideeën erop kwijt.”

Heb je eigenlijk nog wel tijd voor je studie?
“Ja, dat gaat prima samen. Ik leer hier dingen die ik direct kan toepassen op mijn blog. En omgekeerd natuurlijk. Gelukkig ben ik niet de enige die zich inzet voor betere journalistiek. Er is dus nog hoop.”

Zie ook
Mijn opiniestuk op Villamedia

Update: mijn opiniestuk is van Villamedia gehaald wegens een identiteitscrisis. Lees het hier op da flipside.

Jodenverdenking

De dodenherdenking op de Dam heeft de gemoederen flink verhit. Een verwarde man – bijnaam: ‘De Rabbijn’ – zou de veroorzaker zijn van het tumult waarbij zo’n zestig slachtoffers vielen. Wordt er nu wederom een jood vervolgd of is er hier sprake van een ariër (‘een blanke niet-Jood’ zoals dat heet in het Groene Boekje) in vermomming? En wie was die vent met die bom? Een reconstructie.

Luidruchtig zuigt de Babbelaar zijn zesde halve liter Brouwmeester-bier weg, zittend op de kade van de Oudezijds. De lente wil maar niet inzetten en het is nog steeds koud. Niet dat hij een groot probleem heeft met de kou. Hij heeft de afgelopen winter talloze nachten onder nul doorstaan. Bovendien heeft hij zich dik aangekleed. Met al die kleding heeft hij iets van een Chassidische jood terwijl hij helemaal niet joods is. Hij kan zich wel vinden in het jodendom. Hij voelt zich ook continu achternagezeten, vervolgd. Gelukkig heb ik nog een joint, denkt hij. Dan ben ik straks lekker rozig tijdens de zonsondergang aan de Amstel. Hij doet een krachteloze poging om het lege bierblikje in zijn hand te verfrommelen en laat een natte boer waarvan de helft blijft hangen in zijn toch al groezelige baard. “Godverdomme”, prevelt hij, “wat is het leven toch mooi.” Zijn hand gaat op zoek naar de aansteker die hij ergens in een zak moet hebben gestopt. Met een beweging die getuigt van een hoge mate van automatisme plant hij de joint tussen zijn lippen en steekt hem aan. Nerveus trekt hij de rook naar binnen. Hij voelt nog even niks. Hij neemt nog een trekje, en nog een. Naast hem gaat een toerist staan pissen in de gracht. Alsof hij er niet is.

Op een gegeven moment voelt hij geen rook meer en ruikt alleen de geur van verbrand papier. “Opperdepop!”, schreeuwt hij ineens, ook voor hemzelf geheel onverwacht. Even denkt hij aan Kees, één van de zwervers die hij wel eens tegenkomt bij het Leger des Heils. Die heeft een of andere tic. Begint-ie zomaar rare dingen te roepen, zonder aanleiding. Laatst kwam-ie binnenlopen en schreeuwde keihard “Sieg Heil!” terwijl hij de Hitlergroet bracht. Zou hij zelf ook zoiets hebben? Een wolk van roodkleurige gedachten drijft even door zijn hoofd. Nee, hij is niet gek, niet zoals Kees. De wereld is gek. En Kees is ook van de wereld. Hij grinnikt bij die associatie. Ik ben geniaal, denkt hij bij zichzelf. Het komt er alleen nog niet uit, maar er is nog tijd. De Babbelaar leunt achterover. Het voelt alsof hij in een zachte bioscoopstoel zit. Alsof het leven zich afspeelt op een afstand. Lekker.

Hij staat op en loopt richting de Dam. Als hij niet al te lang blijft hangen dan haalt hij zonsondergang makkelijk. Eerst naar het Spui via de Kalverstraat – misschien nog even aanwippen in de Handboogstraat voor een nieuw jointje en kijken of er een biertje te regelen valt bij De Zwart. Daar zitten altijd van die vage figuren die hem wel eens een muze genoemd hebben; die zeggen dat ze hem inspirerend in het leven vinden staan. Een warme plek. “Hee!”, roept een fietser die hem ternauwernood weet te ontwijken terwijl hij met een rotvaart voorbijzeilt. “Zwerflul!”, roept hij achterom. De Babbelaar is het gewend om onheus bejegend te worden. Hij gromt een keer en schiet een rochel achter de fietser aan. Terwijl hij zijn tocht voortzet voelt hij ineens iets trillen bij zijn heup. Uit zijn rechterjaszak graait hij een mobieltje tevoorschijn. Ja, hij moet het de mensen vaak uitleggen: ook daklozen hebben een mobiel tegenwoordig. Wat wil je, zonder vaste aansluiting? Het is Arie, die lul moest hij nog hebben. Hij krijgt nog tien euro van hem. “Hee Arie!” Hij loopt de Dam op, er staat een mensenmassa in stilte voor zich uit te kijken. Hij wurmt zich tussen de mensen door en wordt boos aangekeken. “Wat nou fiets, je hebt toch helemaal geen fiets?”, vervolgt hij zijn gesprek. Arie altijd met zijn verhalen. Wat doen al die mensen hier toch? “Arie, even iets heel anders. Hoe zit het met dat geld, die tien euro. Tien euro! Ik krijg nog tien euro van je!”

Prompt wordt de verbinding verbroken. Terwijl hij naar zijn mobieltje staart, tikt iemand hem op de schouder. “Sst”, hoort hij achter zich. De Babbelaar verandert in de brulboei. Als hij ergens niet tegen kan, dan zijn het wel mensen die zeggen dat hij stil moet zijn. Hij begint hard te schreeuwen. Het komt uit zijn tenen. Een gevoel van bevrijding maakt zich van hem meester. Dan ziet hij ineens gekke Keessie staan, links van hem. Keessie geeft hem een knipoog en begint ook te schreeuwen: “Bom! Bom! Vlucht!” De Babbelaar snapt er niets meer van. Om hem heen gaat er een golf van paniek door de menigte. Mensen beginnen te rennen, ze duwen elkaar omver om weg te komen. Hij wordt tegen de grond gesmeten. Als hij weer overeind probeert te komen wordt hij ineens vanachter vastgegrepen door twee mannen en achteruit weggesleept. Hij hoort gillende mensen en het geluid van omvallende dranghekken. Gekke Keessie ziet hij nergens meer. Wat een dag, denkt hij bij zichzelf. Hij verbaast zich over het feit dat hij geniet van de ongewilde aandacht. Er staan nu wel vijf agenten om hem heen die hem tegen de grond drukken. Even heeft hij het gevoel dat hij in de schijnwerpers staat. Het effect van de joint lijkt uitgewerkt. Zal ik het nog halen naar de Dampkring, vraagt hij zich af. Er stonden mooie dingen te gebeuren.

Het Marokkaanse toerisme naar Nederland is teruggezakt tot het niveau van voor 2004. Dat blijkt uit cijfers van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NTBC). Volgens professionals uit de toeristenindustrie heeft dit te maken met het verslechterde imago van Nederland op het gebied van gastvrijheid.

Vormden Marokkanen de afgelopen jaren nog de snelst groeiende groep toeristen in Nederland, dit jaar blijft de teller waarschijnlijk steken op 63.000 Marokkaanse vakantiegangers. Dat is minder dan de helft van vorig jaar. Reisbureau La Tulipe Tanger, onderdeel van Royal Maroc Airlines, boekt inmiddels al 30% minder vluchten naar Schiphol. Directeur Hassan Emnali: “Wij houden elk jaar een enquête onder onze klanten. Daarin geven ze vooral de beperkte gastvrijheid en service op als reden om niet naar Nederland te gaan. Enkele respondenten gaven aan op straat te zijn nageroepen en er is zelfs driemaal melding gedaan van restaurants die Marokkaanse gasten weigerden.”

Wilders

Ook de Keukenhof in Lisse merkt het afgenomen aantal Marokkaanse toeristen. “Hoewel wij de balans pas kunnen opmaken als de poorten zijn gesloten, merk je gewoon dat er dit jaar veel minder Marokkaanse bezoekers zijn”, legt woordvoerder Dirk Berbee uit. Ook Berbee vermoedt dat dit te maken heeft met het verslechterde imago van ons land. De woordvoerder stelt dat deze beeldvorming voor een groot deel is te wijten aan Geert Wilders. “Zeg nou zelf, zou jij een land bezoeken waar je keer op keer als achterlijk en terrorist wordt omschreven?” Het onderzoek van La Tulipe Tanger bevestigt dat. De naam Wilders verscheen regelmatig in de reacties.
 
Campagne

Het NTBC wil geen uitspraken doen over de oorzaak van de afname van het Marokkaanse toerisme. Wel erkent het bureau dat de gevolgen voor de toeristenindustrie aanzienlijk zijn. Er zijn plannen om in het najaar een grootschalige campagne te voeren in de Marokkaanse media. Onbevestigde bronnen zeggen dat kroonprins Willem-Alexander en prinses Maximá nog dit jaar een charmebezoek brengen aan Marokko.

Er was eens een gelukkig echtpaar: Henk en Anja. Henk en Anja waren blij met elkaar. Henk reed rond op een vorkheftruck en Anja stond in een kledingzaak. Ze hadden het niet breed, maar ze vermaakten zich goed. Twee keer per week gingen ze samen naar de bingoavond in het dorp en op zaterdag gingen ze los op de dansvloer. Dansen was helemaal hun ding. Vooral Henk kon zich erin uitleven. Dan vergat hij even de stress op zijn werk en ging hij helemaal op in de muziek. Anja deed het vooral voor Henk. Zij hield eigenlijk niet van de countryfeesten waar Henk haar mee naartoe nam. Anja hield meer van wandelen. Maar als Henk genoot, dan was Anja ook in haar element. Bovendien waren de dansavonden de enige momenten dat Henk echt aandacht had voor haar. Ja, wat dat betreft kende hun geluk wel grenzen. Maar op een schaal van 1 tot 10 scoorden ze toch zeker een 6,5. 

Het zorgeloze leventje van Henk en Anja werd abrupt verstoord toen Geert Wilders bij hen in het dorp kwam. Geert was op zoek naar een familie die model kon staan voor zijn doelgroep. Een familie waarmee kiezers zich konden identificeren. Al snel viel zijn oog op Henk en Anja. Nou ja, eigenlijk vooral op Anja, maar hij had een familie nodig dus hij nam Henk erbij. Het liefst had Geert er ook nog wat kinderen bij gehad, maar Henk en Anja konden geen kinderen krijgen. Dat kon echter worden opgelost, vond Geert. Om een lang verhaal kort te maken: er ontspon zich een liefdesrelatie tussen Geert en Anja. Geert wilde Anja de kinderen geven die zij nog miste. Al snel bleek het vruchtbaarheidsprobleem echter bij Anja te liggen, waarop Geert haar keihard liet vallen en op zoek ging naar een andere modelfamilie.

Bij de bingovereniging was de hartstochtelijke affaire van Geert en Anja ondertussen niet onopgemerkt gebleven en Henk werd achter zijn rug uitgelachen. Om te bewijzen dat hij toch een echte vent was, liet ook Henk Anja vallen. En in één moeite door riep hij Geert op het matje en stelde hem voor een keuze: óf Henk belde de kranten met het verhaal over de scheve schaats van Geert, óf Geert regelde een nieuwe vrouw voor Henk zodat Henk deel kon blijven uitmaken van de modelfamilie. Henk was namelijk gehecht geraakt aan zijn rol binnen de PVV-campagne. Het gaf hem een zekere status in het dorp en bovendien verdiende hij er een extra zakcentje mee. Geert ging met een verlanglijstje van Henk langs de deuren en kwam op de proppen met Ingrid. Een jonge vrouw met lange blonde haren die in tegenstelling tot Anja wél van countrydansen hield. En wat Geert dan weer goed uitkwam: Ingrid had twee kinderen uit een vorig huwelijk.

En zo veranderde Anja in de PVV-campagne dus in Ingrid. Een beklemmend verhaal over liefde en macht. En een schokkend inkijkje in de aanpak van Geert Wilders, die zelfs families kapotmaakt om zijn doel te bereiken. Graag had ik nog willen zeggen dat Henk en Ingrid nog lang en gelukkig leefden. Of dat Henk en Anja toch weer bij elkaar kwamen en dat zij dan nog lang en gelukkig leefden. Maar in deze moeilijke tijden is niets met zekerheid te zeggen. We kunnen het leven slechts accepteren zoals het komt. Met alle ongemakken van dien.

Video: Henk en Anja in betere tijden

Rob Oudkerk liep door de stad met een portie bami. De woede die hij eerder die avond had gevoeld bij de opnames van De Wereld Draait Door was volledig weggevloeid. Op straat kwam hij tot rust. Hij vond het heerlijk om ’s avonds over de grachten te dwalen. Dit was zijn Amsterdam, de stad waar hij zo veel om gaf. Het deed hem dan ook pijn om te zien hoe Amsterdam de laatste jaren was afgegleden. Van de meest vooruitstrevende stad van Europa was het verworden tot een soort Staphorst. Op straat moest je op je woorden letten, de hoeren werden verjaagd van de wallen en homo’s werden in elkaar geslagen. En dan vonden mensen het gek dat hij burgemeester wilde worden. Moest hij dan toekijken hoe zijn stad naar de klote ging? Nee, hij moest redden wat er te redden viel. Amsterdam moest weer Amsterdam worden.

Oudkerk besloot dat het nog geen tijd was om naar huis te gaan. Bij een snackbar vroeg hij om plastic bestek en hij ging op een bankje zitten. Het was een mooie, zwoele avond. Eindelijk was de lente doorgebroken. Aan de overkant stond een meisje op de tram te wachten. Ze leunde nochalant tegen een paal en wiegde haar leren handtasje heen en weer. Ze droeg een korte spijkerrok en een knalgeel topje dat eigenlijk te klein was voor haar. Haar borsten bolden er bovenuit. Het deed hem denken aan de Theemsweg. Daar stonden de vrouwen ook bij een soort tramhaltes. Daaronder konden ze schuilen als het regende. Oudkerk was inmiddels helemaal met zichzelf in het reine over zijn verleden als hoerenloper. De mensen om hem heen helaas nog niet. Dat wil zeggen: de mensen in zijn directe omgeving wel, maar de moraalridders van het land niet. Columnisten, tv-presentatoren en zogenaamd onafhankelijke journalisten: hij had er een broertje dood aan. Nog steeds probeerden ze hem een schuldgevoel aan te praten. Hypocriete lafaards waren het.

Maar als hij burgemeester van Amsterdam wilde worden, moest hij ook die mediamannetjes aan zijn zijde hebben. Daarom hing hij tegenwoordig een verhaal op over een metamorfose. “Ik ben een ander mens geworden”, zei Oudkerk dan. Het kostte hem steeds weer moeite om dat op een geloofwaardige manier uit zijn strot te krijgen. Een ander mens? Klinkklare onzin. Je kunt misschien je leven anders inrichten, dingen niet meer doen, maar je blijft gewoon dezelfde. Hij had trouwens geen enkel probleem met wie hij was. Hij verkondigde nu wel dat het een duistere periode in zijn leven was, maar in werkelijkheid ging hij met zijn volle bewustzijn naar de Theemsweg. Hij was altijd al gefascineerd geweest door de zelfkant van het leven. Daarnaast vond hij dat een politicus moet weten wat er speelt in de samenleving. Natuurlijk was hij daarin niet de enige. Maar anders dan zijn collega’s voegde hij ook echt de daad bij het woord. Veel politici maakten zich er gemakkelijk vanaf door eens in het kwartaal een rondje door Slotervaart of de Haagse Schilderswijk te lopen. Het liefst met camera’s erbij, zodat iedereen kon zien dat zij zich ook interesseerden voor de lagere klassen. Maar zo zat Oudkerk niet in elkaar. Als hij zich ergens in wilde verdiepen, ging hij er helemaal voor. Dan ging hij niet iets vanaf een afstandje observeren. Nee, dan wilde hij het beleven. Hij was ervan overtuigd dat je alleen op die manier tot de kern kon doordringen.

Ja, misschien had hij zich wat te veel laten meeslepen door zijn avonturen op de Theemsweg. Misschien had hij de controle over zichzelf inderdaad wel verloren. Maar was dat erg? You play with matches, you get burned. Het is een illusie te denken dat je je kunt verdiepen in de onderkant van de samenleving zonder dat je erdoor wordt geraakt. Alleen mensen zonder hart kunnen dat. Mensen die om vijf uur uitklokken en hun werk dan achter zich kunnen laten. Oudkerk kon dat niet. Daarvoor had hij te veel passie voor zijn werk. Het socialisme stroomde door zijn aderen, zat in elke cel van zijn lichaam. Als hij het over een betere samenleving had, dan waren dat niet zomaar woorden. Hij verlangde er met heel zijn wezen naar. En hij ging tot het uiterste om dat doel te bereiken.

De tram kwam met veel gerinkel tot stilstand en het meisje stapte in. Oudkerk volgde haar tot ze ging zitten. Even leek ze naar hem te kijken. Hij glimlachte maar kreeg geen reactie. Toen zette de tram zich weer in beweging. Ja, hij had zijn excuses aangeboden, maar niet van harte. Het was een toneelstukje. Achteraf gezien was hij eigenlijk de Tiger Woods van de politiek. Je verontschuldigingen aanbieden om de zaak te sussen, terwijl je eigenlijk weet dat je niets verkeerd hebt gedaan. De wereld was gewoon nog niet klaar voor mannen als hij. Mannen die hun hart durven te volgen en geen schaamte kennen. Dat was jammer, maar hij moest ermee leren omgaan. Zeker als hij burgemeester van Amsterdam wilde worden. Hij voelde dat het mogelijk was. Woods had inmiddels ook een succesvolle rentree gemaakt. Waarom zou hij dat niet kunnen?

Wat vooraf ging
Oudkerk aan de Amstel (1)

Vermoeid leunde Rob Oudkerk tegen de gokautomaat bij de chinees. Zijn bestelling Kung Po Ngau met Chinese importbami werd in bijtend Mandarijn de keuken ingeschreeuwd. Er kwam verrassend veel geluid uit het kleine Chineesje dat zijn bestelling had opgenomen. Ze moest op haar tenen staan om de tapkraan te openen en hem zijn wachtkamerpilsje te tappen. Hij had een zware avond achter de rug en was blij dat zijn lokale chinees zo laat nog open was. Hij had behoefte aan proteïnen. Matthijs van Nieuwkerk had hem in de Plantage aangemoedigd om alvast maar de handdoek in de ring te gooien voor het burgemeesterschap. En hij had sterke argumenten. Kobaltblauwe argumenten die in schril contrast stonden met het bloedrode vermiljoen van zijn misstap. De kleur van de deugd versus de kleur van zijn zonde. De twee uiterste kleuren van de Nederlandse vlag.

Matthijs had een punt. Hoe kan iemand die dermate moreel in opspraak is geweest in hemelsnaam in aanmerking komen voor de hoogste positie in de hoofdstad? Hij was zich te buiten gegaan aan het leven in al zijn facetten. Hij had drank, drugs en vrouwen omarmd, in woord en daad. Er was gepoogd hem te chanteren, omdat iedereen weet welke kloof gaapt tussen de regels van de politiek en die van de lust. Bijna had hij het overleefd. Even leek het erop dat zijn straf beperkt bleef tot een reprimande van burgemeester Cohen. Tot zijn bezoeken aan de Theemsweg naar boven kwamen. Dodelijk was het geweest. Zijn fractie had hem laten vallen en hij kwam in de kou te staan.

Hij keek naar het enorme aquarium die de afhaalruimte scheidde van het restaurant. Even kwamen weer de geweldsfantasiën boven die hij destijds had gekoesterd jegens Job. Scheldend had hij hem in elkaar geslagen en in het enorme aquarium gedumpt. Job had bewusteloos rondgedobberd, met zijn gezicht naar beneden. Omzwermd door een kleurig palet aan vissen. Zijn vissenogen hadden de vissen aangestaard alsof ze wilden zeggen: dat komt er nou van als je fuckt met Rob Oudkerk. Maar intussen was zijn woede voorbij. Hij had redelijk snel ingezien hoe de politiek functioneert en het geaccepteerd. De politiek gedoogt de hoeren, maar de hoeren gedogen de politiek niet. De betekenis van deze dubbele moraal had hij aan den lijve ondervonden.

Na zijn val had zich een periode van ongekende spirituele groei bij hem aangediend. Hij was niet meer dezelfde Rob als toen. Dat had hij tegen Matthijs gezegd die hem met zijn bekende spottende blik door de wenkbrauwen had aangekeken. De woorden waren er wat aarzelend uitgekomen, maar ze waren gemeend. Hij wilde weer meedoen aan het spel. Hij had het gevoel nog lang niet klaar te zijn met de politiek. Hij wilde besturen in de stad die hij zo goed begreep. Wie zou dat beter kunnen dan hij? Hij was immers het vleesgeworden Amsterdam! Natuurlijk zag hij in dat zijn kans minimaal was, maar hij wist ook als geen ander hoe de wind kan draaien in de politiek.

“Éé keer Kung Po Ngau me bami”, riep het meisje achter de bar. “Sambalbij?” Hij had wel zin in iets heets en staarde even naar de tietjes van de serveerster. Ze waren zorgvuldig gecamoufleerd door haar onberispelijke, witte unisex blouse. Maar hij wist dat ze er waren. Afblijven, dacht hij bij zichzelf en nam met een knikje zijn bestelling aan. Hij stapte naar buiten en liep door de hoerenbuurt richting huis. Een zweem van weemoed overviel hem toen hij de vrouwen weer zag, badend in het rode licht. Een cafédeur zwaaide open en André Hazes kwam hem tegemoet. Afblijven, dacht hij weer. Hij vroeg zich af of ook Job hier ooit had gelopen. ’s Nachts op straat, op zoek, dronken, stoned, een eerlijk mens. Was hij ooit een tent uitgetrapt omdat hij vrouwen lastig viel en te dronken was om op zijn poten te staan? En had hij dan ruzie geschopt met de uitsmijter? Hem verbaal geschoffeerd terwijl zijn jasje gescheurd om zijn schouders hing?

Het was zijn pad geweest en het bleek uiteindelijk een eenzaam pad. Maar was de derde nationale kleur niet wit? De kleur van vergeving? Een diep inzicht over de werkelijke aard van de Nederlander trof hem. De Nederlander die zichzelf nog niet volledig heeft gerealiseerd en vecht om aan de oppervlakte te komen. Mijn tijd komt nog wel, mijmerde hij.

Het vervolg
Oudkerk aan de Amstel (2)